Big Food gaat volop voor plantaardig vlees nu – en de pandemie zit daar voor iets tussen

In de laatste drie maanden van 2020 hebben enkele van de grootste bedrijven ter wereld grote stappen aangekondigd in de sector van plantaardig vlees. McDonalds komt bijvoorbeeld dit jaar met een McPlant-burger. Het is een reactie op de groeiende vraag van de consument naar alternatieven voor vlees en de pandemie heeft dat momentum alleen maar vergroot.

In september kondigde Tesco – de grootste supermarktketen van het Verenigd Koninkrijk – plannen aan om de verkoop van plantaardige producten tegen 2025 met 300 procent te verhogen. Vorige maand stelde Unilever – één van ’s werelds grootste producenten van voedingsmiddelen en dranken – een nieuw jaarlijks wereldwijd verkoopdoel van een miljard euro voor plantaardige vlees- en zuivelproducten in de komende vijf tot zeven jaar. Dat is een vervijfvoudiging van wat het nu in die sector doet. En een paar dagen later kondigde Ikea aan dat de helft van zijn restaurantmaaltijden en 80 procent van zijn aanbod van verpakt voedsel tegen 2025 plantaardig moet zijn.

Yoghurtmaker Danone beloofde al in 2018 zijn wereldwijde plantaardige verkoop te verdrievoudigen tegen 2025. Nestlé, ’s werelds grootste voedingsbedrijf, kondigde plannen aan om zijn eerste Aziatische fabriek te openen voor uitsluitend plantgebaseerde producten in China. Sodexo heeft er zich toe verbonden om z’n koolstofemissies tegen 2025 met 34 procent te verminderen, en verwacht dat de helft van zijn CO2-reductiedoelstelling wereldwijd zal worden bereikt door veranderingen in de toeleveringsketen, waaronder het verhogen van plantaardige aankopen.

Follow the money

Die aankondigingen waren slechts enkele van de opmerkelijke stappen die grote restaurantketens en voedingsbedrijven het afgelopen jaar hebben gezet in de richting van plantaardige producten. Big Food is al langer bezig met plantaardige vlees- en zuivelproducten. In de afgelopen jaren hebben sommige voedingsbedrijven plantaardige startups overgenomen of hun eigen vleesloze vleesproducten gelanceerd.

Maar deze laatste aankondigingen – de belofte om de verkoop op plantaardige basis tegen 2025 aanzienlijk te verhogen – vertegenwoordigen een veel grotere investering in de toekomst van diervrije eiwitten dan wat we in het verleden hebben gezien.

De productie van vlees, melk en eieren is verantwoordelijk voor 14,5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, en in talloze rapporten hebben wetenschappers de wereldleiders opgeroepen om veranderingen in het voedingspatroon te gebruiken als instrument om de uitstoot te beperken. Ondanks de buitensporige impact van de veeteelt op het milieu, zijn regeringen traag geweest met het maken van beleid om de consumptie van dierlijke producten te verminderen, dus de stappen die grote voedselbedrijven nu zelf zetten zijn erg zinvol in de strijd tegen klimaatverandering en ons hypergeïndustrialiseerde landbouwsysteem.

Maar Big Food doet het uiteraard in de eerste plaats omdat er geld mee te verdienen valt. Ooit een nichesector voorbehouden aan vegetariërs, is plantaardig voedsel de afgelopen jaren in de mainstream geslopen. Het percentage vegetariërs en veganisten is laag gebleven – respectievelijk ongeveer 5 procent en 3 procent – maar het aantal ‘flexitariërs’, mensen die vaak naar plantaardige voeding in plaats van dierlijke producten gaan, lijkt toe te nemen. Eén op drie Europeanen zegt dat ze de jongste jaren hun vleesconsumptie hebben verminderd.

Bewuste consument is maar een deel van het verhaal

Hoe ging plantaardig voedsel van niche naar mainstream? Gezondheid en duurzaamheid zijn volgens insiders de drijvende krachten. Wat dat laatste betreft: de industriële veeteelt richt inderdaad grote schade aan op onze planeet.

Het fokken van vee is niet alleen een belangrijke motor van klimaatverandering; het is ook een belangrijke oorzaak van andere milieuproblemen, zoals bodemdegradatie, vervuiling van water en nutriënten en verlies van biodiversiteit. Het fokken van dieren voor voedsel is een praktijk die veel hulpbronnen vergt: een derde van het akkerland van de planeet wordt gebruikt om gewassen te verbouwen als veevoeder voor landbouwhuisdieren. En die gewassen zijn op hun beurt verantwoordelijk voor bijna een derde van al het water dat in de landbouw wordt gebruikt.

Je zou kunnen denken dat het bewustzijn van de consument over de gezondheids- en duurzaamheidsvoordelen van plantaardig voedsel, vooral onder millennials en Gen Z, de belangrijkste motor van de trend is. Maar dat is maar een klein deel van het verhaal. Onderzoek suggereert dat mensen voedsel voornamelijk kiezen op basis van drie factoren: smaak, prijs en gemak. En vegetarisch en veganistisch eten was lange tijd niet echt lekker, duur en moeilijk te vinden. Maar dat begon te veranderen toen er verbeterde versies van plantaardig vlees beschikbaar kwamen.

Hoe de pandemie heeft geholpen

Startups zoals Beyond Meat en Impossible Foods hebben vele jaren en vele miljoenen gestoken in onderzoek en ontwikkeling, en ze slaagden erin plantaardige producten te creëren die de smaak, textuur en zelfs de geur van hun dierlijke tegenhangers evenaren. Ook marketinggewijs pakten ze het slim aan: in plaats van ze op de markt te brengen specifiek gericht naar vegetariërs, deden deze startups een beroep op flexitariërs en vleeseters, en werkten ze samen met atleten en beroemdheden om in hun advertenties te verschijnen.

De pandemie heeft ook een handje geholpen. Bezorgdheid over de verspreiding van het coronavirus bij vleesverpakkingsbedrijven aan het begin van de pandemie lijkt wel degelijk te hebben bijgedragen aan een grotere vraag naar vleesloos vlees. Maar wat vooral speelde, was dat de pandemie het aankoopgedrag van voedsel door consumenten veranderde, aangezien de consumptie buitenshuis in restaurants sterk afnam. Zelf koken deed mensen meer plantaardig vlees proberen en blijkbaar hebben een pak van hen het als een vast onderdeel van hun dieet opgenomen. In Duitsland, het VK en Nederland zei 80 procent van de consumenten dat ze na de pandemie waarschijnlijk plantaardige vleesvervangers zouden blijven eten.

Toch is enige nuance vandoen. Plantaardig vlees maakt nog steeds minder dan 1 procent uit van de vleesverkoop in de VS – waar de markt het meest ontwikkeld is – en zelfs nog minder wereldwijd. In feite stijgt de vleesconsumptie op basis van dieren snel in veel dichtbevolkte landen zoals China en India, omdat mensen de neiging hebben om meer vlees te eten als ze uit de armoede klimmen. Maar dat grote voedingsbedrijven optimistisch zijn over plantaardig vlees is over het algemeen goed nieuws in de strijd voor een duurzamere wereld.

Meer
Lees meer...
Markten