Amerika’s vuurwapenprobleem uitgelegd. En waarom er daar na de zoveelste massale schietpartij niks verandert

Het was weer prijs deze week: een massale schietpartij in Amerika. Deze keer doodde een schutter 10 mensen in een supermarkt in Boulder, Colorado. Nog geen week eerder werden zes Aziatische vrouwen gedood in Atlanta bij schietpartijen waarbij ook twee anderen omkwamen. Het leidde opnieuw tot grote verontwaardiging en acties in de VS. Maar als dit zich afspeelt zoals de nasleep van eerdere massaschietpartijen, is de kans dat het Congres ingrijpende maatregelen tegen wapens neemt erg laag. Dus hoe komt het dat, ondanks alle verontwaardiging en rouw bij elke massaschietpartij, er niets lijkt te veranderen?

Het is een Amerikaanse routine geworden: na elke massaschietpartij begint het debat over wapens en wapengeweld opnieuw. Er wordt geopperd om strengere wetten te maken. Critici reageren daarop met bezorgdheid dat de regering probeert hun wapens af te nemen. Het debat stokt. Dus zelfs terwijl Amerika niveaus van wapengeweld blijft ervaren die ongeëvenaard zijn in de rest van de ontwikkelde wereld, gebeurt er niets – er worden geen wetten aangenomen door het Congres, er wordt niets belangrijks gedaan om te proberen de volgende gruwel te voorkomen.

Waarom? Om dat te begrijpen, moeten we verder kijken dan alleen naar de angstaanjagende statistieken over wapenbezit en wapengeweld in de Verenigde Staten, maar ook de unieke relatie van Amerika met wapens – in tegenstelling tot die van enig ander ontwikkeld land – onder de loep nemen. En hoe die bizarre relatie zich in de Amerikaanse politiek afspeelt.

5 procent van de wereldbevolking heeft 45 procent van alle vuurwapens in privébezit

Maar laten we beginnen met de cijfers. Geen enkel ander ontwikkeld land ter wereld kent eenzelfde percentage van wapengeweld als Amerika. Volgens de gegevens van de Verenigde Naties, ligt het het aantal moorden met vuurwapens in de VS bijna zes keer hoger dan in Canada, meer dan zeven keer hoger als in Zweden en bijna 16 keer zo veel als in Duitsland of bij ons. De sterfgevallen door vuurwapens zijn een belangrijke reden waarom Amerika een veel hoger algemeen aantal moorden heeft, inclusief niet-vuurwapens, dan andere ontwikkelde landen.

Om te begrijpen waarom dat zo is, is er nog een andere belangrijke statistiek: de VS heeft verreweg het hoogste aantal wapens in privébezit ter wereld. Het aantal vuurwapens in burgerbezit bedroeg in 2017 in de VS 120,5 per 100 inwoners, wat betekent dat er meer vuurwapens zijn dan mensen. Het tweede land ter wereld op dat vlak is Jemen, een quasi-mislukte staat verscheurd door een burgeroorlog, waar 52,8 wapens per 100 inwoners in privébezit zijn volgens een analyse van de Small Arms Survey 2018.

Een andere manier om daar naar te kijken: Amerikanen vormen minder dan 5 procent van de wereldbevolking, maar hebben toch ongeveer 45 procent van alle vuurwapens in privébezit. Dat betekent echter niet dat elke Amerikaanse volwassene ook daadwerkelijk vuurwapens bezit. In feite is wapenbezit geconcentreerd onder een minderheid van de Amerikaanse bevolking, zoals blijkt uit enquêtes van het Pew Research Center. In 37 procent van de huishoudens is er een volwassene die een vuurwapen bezit. Wat betekent is dat de Amerikanen die vuurwapens hebben fors in de minderheid zijn, maar dat degenen die er hebben er doorgaans meer dan één bezitten. Drie à vier gemiddeld zelfs.

De argumenten die er geen zijn

Deze cijfers demonstreren de unieke wapencultuur van Amerika. Er is een zeer sterke correlatie tussen wapenbezit en wapengeweld – een relatie die volgens onderzoekers op zijn minst gedeeltelijk causaal is. Tegelijkertijd zijn deze wapens geconcentreerd onder een gepassioneerde minderheid, die doorgaans de luidruchtigste critici zijn tegen elke vorm van wapenbeheersing en die wetgevers afschrikken om tegen dergelijke maatregelen te stemmen.

Wat als een paal boven water staat: meer vuurwapens betekent meer doden door die wapens. Het onderzoek hiernaar is overweldigend duidelijk. Tegenstanders van wapenbeheersing hebben de neiging om op andere factoren te wijzen die de ongebruikelijke niveaus van wapengeweld in Amerika verklaren – met name psychische aandoeningen. Maar mensen met psychische aandoeningen zijn eerder het slachtoffer dan de dader van geweld. En Michael Stone, een psychiater aan de Columbia University die een database met massamoordenaars bijhoudt, schreef in een analyse dat slechts 52 van de 235 moordenaars in de database, of ongeveer 22 procent, een psychische aandoening hadden. Ander onderzoek heeft dit ook ondersteund.

Een ander argument dat je soms hoort, is dat deze schietpartijen minder vaak zouden voorkomen als nog meer mensen wapens hadden, waardoor ze zich kunnen verdedigen bij een schietpartij. Maar een hoog percentage vuurwapenbezit leidt niet tot een vermindering van het aantal doden door vuurwapens, maar neigt eerder samen te vallen met een toename van het aantal doden door vuurwapens. Hoewel een paar mensen in sommige gevallen een wapen kunnen gebruiken om zichzelf of anderen met succes te verdedigen, lijkt de verspreiding van wapens veel meer geweld te veroorzaken dan het voorkomt. Meerdere simulaties hebben ook aangetoond dat de meeste mensen, als ze in zo’n schietpartij verzeild geraken terwijl ze gewapend zijn, in feite weinig meer zullen doen dan zichzelf daarbij te laten doden.

Het is simpel (en wetenschappelijk bewezen): meer vuurwapens onder burgers = meer wapengeweld

De relatie tussen het percentage wapenbezit en het percentage wapengeweld is ondertussen goed gedocumenteerd. Bewijsmateriaal verzameld door het Injury Control Research Center van de Harvard School of Public Health ondersteunt dit: na controle voor variabelen zoals sociaaleconomische factoren en andere criminaliteit, hebben plaatsen met meer wapens meer doden door vuurwapens – niet alleen moorden, maar ook zelfmoorden, huiselijk geweld, geweld tegen de politie en massale schietpartijen.

Een onderzoek uit 2013, geleid door een onderzoeker van de Boston University School of Public Health, ontdekte bijvoorbeeld dat, na controle voor meerdere variabelen, elke procentpuntstijging in wapenbezit correleerde met een stijging van ruwweg 0,9 procent in het aantal moorden op vuurwapens.

Zoals een doorbraakanalyse door Franklin Zimring en Gordon Hawkins van UC Berkeley in de jaren negentig al aantoonde, is het niet eens dat de VS meer criminaliteit kent dan andere ontwikkelde landen. In plaats daarvan lijken de VS meer dodelijk geweld te hebben – en dat wordt grotendeels gedreven door de prevalentie van wapens.

Isopix

‘Een reeks specifieke vergelijkingen van de sterftecijfers als gevolg van vermogensdelicten en aanrandingen in New York City en Londen laten zien hoe enorme verschillen in overlijdensrisico kunnen worden verklaard, zelfs als de algemene patronen vergelijkbaar zijn’, schreven Zimring en Hawkins. ‘Een voorkeur voor misdrijven van persoonlijk geweld en de bereidheid en het vermogen om wapens te gebruiken bij overvallen maken vergelijkbare niveaus van vermogensdelicten 54 keer zo dodelijk in New York City als in Londen.’

Vuurwapens zijn niet de enige oorzaak van geweld. Andere factoren zijn bijvoorbeeld armoede, verstedelijking en alcoholgebruik. Maar wanneer onderzoekers controleren op andere verstorende variabelen, hebben ze keer op keer ontdekt dat Amerika’s hoge wapenbezit een belangrijke reden is waarom het in de VS zo veel erger is in termen van wapengeweld.

De kracht van een abstract idee

Om dat probleem het hoofd te bieden, zal Amerika niet alleen wapens minder toegankelijk moeten maken, maar waarschijnlijk ook het aantal wapens in de VS moeten verminderen. Uit een beoordeling uit 2016 van 130 onderzoeken in 10 landen, gepubliceerd in Epidemiologic Reviews, bleek dat nieuwe wettelijke beperkingen op het bezitten en kopen van wapens meestal werden gevolgd door een afname van wapengeweld.

Maar zelfs met de verontwaardiging over moordpartijen met vuurwapens, het gevoel dat genoeg genoeg is, en het duidelijke bewijs dat het probleem voortkomt uit de hoge percentages van wapenbezit in Amerika, is er geen significante wetgeving in de maak om dat probleem op te lossen.

Als je Amerikanen vraagt ​​hoe ze denken over specifieke maatregelen om wapens aan beneden te leggen, zullen ze nochtans vaak zeggen dat ze die steunen. Volgens onderzoeken van het Pew Research Center steunen de meeste mensen in de VS backgroundchecks voor wie een vuurwapen wil aanschaffen, een federale database om de verkoop van wapens bij te houden, een verbod op aanvalswapens en een verbod op vuurwapens met te grote munitieclips. Sommige onderzoeken hebben ook sterke steun gevonden voor het vereisen van een vergunning om een ​​wapen te kopen en te bezitten.

Dus waarom worden deze maatregelen nooit in wetgeving omgezet? Dat komt gedeeltelijk omdat ze tegen een ander politiek probleem aanlopen: Amerikanen steunen, in toenemende mate in de afgelopen jaren, het abstracte idee van het recht om wapens te bezitten. Daardoor kunnen tegenstanders van wapenbeheersing zelfs wetgeving dwarsbomen die de meest populaire maatregelen zou introduceren, zoals achtergrondcontroles (die meer dan 80 procent steun hebben).

Dat probleem is niet uniek voor wapens. Hoewel veel Amerikanen zeggen dat ze de Affordable Care Act (ook bekend als Obamacare) niet leuk vinden, houden de meesten van hen in feite wel van de specifieke aspecten in die gezondheidswet en de voordelen die hen dat oplevert. Maar het probleem is dat dit wordt gemaskeerd door retoriek over een ‘overname van de gezondheidszorg door de overheid’, dat het gaat leiden tot een failliet van de zorg en dat de VS erdoor evolueert naar een ‘socialistische staat’. Aangezien de meeste Amerikanen geen tijd hebben om deze beweringen te verifiëren, blijven ze uiteindelijk hangen bij die catchphrases en enge argumenten.

En dan is er de wurggreep van de NRA

Het is natuurlijk ook zo dat sommige Amerikanen zich gewoon verzetten tegen wapenbeheersingswetten. En hoewel deze groep over het algemeen in de minderheid is in vergelijking met degenen die wapens aan banden willen leggen, hebben de tegenstanders de neiging om veel meer gepassioneerd te zijn over de kwestie dan de aanhangers – en ze worden gesteund door een zeer krachtige politieke lobby.

De machtigste politieke organisatie als het om wapens gaat, is ongetwijfeld de National Rifle Association (NRA). De NRA heeft een enorme wurggreep over de conservatieve politiek in Amerika, en die ontwikkeling is recenter dan je zou vermoeden.

De NRA was gedurende een groot deel van zijn vroege geschiedenis meer een sportclub dan een serieuze politieke kracht tegen wapenbeheersing, en steunde zelfs enkele wapenbeperkingen. Een opstand in 1977 binnen de organisatie veranderde alles. Terwijl de misdaad in de jaren zestig en zeventig toenam, groeide ook de roep om meer wapenbeheersing. NRA-leden waren bang dat er na de historische wet van 1968 nieuwe beperkingen op wapens zouden blijven komen – wat uiteindelijk zou culmineren, zo vreesden ze, met de inbeslagname van alle vuurwapens door de regering in Amerika. Dus NRA-leden mobiliseerden zich en verkozen een hardliner (Harlon Carter) als leider, waardoor de NRA voor altijd veranderde in de wapenlobby die we vandaag kennen.

T-shirts te koop in de merchandise-tent tijdens de Michigan Second Amendment March in Lansing, Michigan. (Isopix)

Het is cruciaal om te begrijpen waarom de NRA bijna categorisch gekant is tegen de regulering van vuurwapens. Het vreest dat populaire en ogenschijnlijk logische regelgeving, zoals het verbieden van aanvalswapens of een federale database met wapenaankopen, niet echt gaat over het redden van levens, maar in feite een mogelijke eerste stap is in de richting van een einde aan al het particuliere wapenbezit in Amerika. En dat beschouwt de NRA – ten onrechte, in de hoofden van sommige juridische experts – als een schending van het tweede amendement van de Amerikaanse grondwet.

Dus elke keer dat er een poging is om nieuwe vormen van wapenbeheersing op te leggen, verzamelt de NRA wapenbezitters en andere tegenstanders van het aan banden leggen van vuurwapens om die pogingen te saboteren. Deze wapenbezitters vormen een minderheid van de bevolking: tussen de 30 en ongeveer 40 procent van de huishoudens. Maar electoraal gezien is dat genoeg, met name binnen de Republikeinse basis, om veel politici te laten vrezen dat in het verkeerde blaadje komen te staan bij de NRA hun carrière zal beëindigen.

Spek klaarmaken met een machinegeweer

Als gevolg hiervan nemen conservatieve media en politici de steun van de NRA – vooral de felbegeerde A-tot-F-beoordelingen die de organisatie geeft – zeer serieus. Politici zullen soms absurde moeite doen om hun steun voor wapenrechten te betuigen. In 2015 speelde de Republikeinse senator Ted Cruz (Texas) bijvoorbeeld in een video van IJ Review, waarin hij spek kookte met – dit is geen grap – een machinegeweer.

Hoewel er in de loop der jaren verschillende pogingen zijn gedaan om de macht van de NRA tegen te breken, is dat amper gelukt. Voorstanders van wapenbeheersing staan ​​voor een enorm obstakel: zeer gepassioneerde tegenstanders.

Wat zit er achter die passie? Dat is een beetje de million dollar-question. Of beter: het is een vraag waarop wel antwoorden zijn, maar die zijn niet echt flatterend voor de menselijke soort, en ze worden dan ook niet echt in de verf gezet. Er is zeker het een gevoel van een mogelijk tastbaar verlies – wapenbezitters hebben het gevoel dat de regering hun wapens en rechten zal afnemen. En mensen worden niet graag verteld wat ze mogen en niet mogen, zeker als dat verandering impliceert. Maar er is zeker ook iets van aan dat vuurwapenbezitters kicken op het machtsgevoel dat hun wapens hen geven. Een gevoel dat verslavend is blijkt uit decennia psychologisch onderzoek ondertussen.

Mass shootings zijn maar een klein deel van een veel groter probleem

Ook belangrijk om te beseffen is dat, hoewel ze veel aandacht krijgen, massale schietpartijen maar een klein deel van al het vuurwapengeweld in de VS vertegenwoordigen. Afhankelijk van de definitie van een massale schietpartij die wordt gehanteerd, vinden er in de VS elk jaar een dozijn tot honderden van die mass shootings plaats. Ander vuurwapengeweld doodt veel meer Amerikanen dan deze massale schietpartijen. Volgens de breedste definitie van mass shootings zijn die verantwoordelijk voor minder dan 2 procent van de bijna 40.000 doden door vuurwapens elk jaar – waarvan de meeste zelfmoorden zijn en geen moorden.

Het voorkomen van zelfmoorden is niet iets dat doorgaans wordt besproken in discussies over wapenbeheersing, maar de ervaringen van andere landen laten zien dat het levens kan redden. In Israël, waar militaire dienst verplicht is voor een groot deel van de bevolking, realiseerden beleidsmakers zich dat een alarmerend aantal soldaten zelfmoord pleegde toen ze in het weekend naar huis gingen. Dus besloten Israëlische functionarissen, als onderdeel van hun oplossing, te proberen de soldaten te dwingen hun wapens op de basis te laten als ze naar huis gingen. Het werkte: uit een onderzoek bleek dat het aantal zelfmoorden onder Israëlische soldaten met 40 procent afnam.

Isopix

Dus hoewel politici vaak steunen op massale schietpartijen om op te roepen tot een hervorming van de wapenwetten, gaat het probleem veel verder. Maar massale schietpartijen dwingen Amerikanen wel om de tol van de wapencultuur onder ogen te zien. Alleen lijkt het erop dat de Amerikanen als natie gewoon niet bereid zijn om te kijken. Zelfs de massale schietpartij in 2012 op Sandy Hook Elementary School, in Newtown, Connecticut – waarbij een schutter twintig jonge kinderen, zes personeelsleden en zichzelf doodde – veroorzaakte geen significante verandering op federaal niveau en in de meeste staten. Sindsdien zijn er volgens sommige schattingen duizenden massale schietpartijen geweest. En er is alle reden om aan te nemen dat er nog meer zullen komen.

De lessen die de Amerikanen kunnen leren van de Australiërs

Wat het allemaal nog pijnlijker maakt is dat andere ontwikkelde landen wel enorme successen hebben geboekt met wapenbeheersing. Niet al die landen zijn vergelijkbaar met de VS, maar eentje is dat zeker wel, omdat het een frontier-mentaliteit deelt, en een vergelijkbare geschiedenis heeft: Australië.

In 1996 sloeg een 28-jarige man, gewapend met een halfautomatisch geweer, op hol in Port Arthur, Australië. De balans: 35 mensen doden en 23 gewonden. Het was de ergste schietpartij in de geschiedenis van Australië. Australische politici reageerden met wetgeving die onder meer bepaalde soorten vuurwapens verbood, zoals automatische en halfautomatische geweren en jachtgeweren. De Australische regering nam 650.000 van deze wapens in beslag via een verplicht programma waarbij ze de vuurwapens van wapenbezitters kocht. Het stelde een register op van alle wapens die in het land in bezit waren en maakte een strenge vergunning nodig voor alle nieuwe vuurwapenaankopen.

Het resultaat: het aantal moorden op vuurwapens in Australië daalde met ongeveer 42 procent in de zeven jaar nadat de wet was aangenomen, en het zelfmoordcijfer met vuurwapens daalde met 57 procent.

Een studie door Australische onderzoekers, wees uit dat het terugkopen van 3.500 wapens per 100.000 mensen correleerde met een daling van 50 procent in het aantal moorden op vuurwapens en een daling van 74 procent in het aantal zelfmoorden met vuurwapens. Terwijl 13 massale schietpartijen (het doden van 4 of meer mensen tegelijk) plaatsvonden in Australië in de 18 jaar vóór de wapenbeheersingswet, waren er in de 25 volgende jaren (en tot op heden) … drie. In 2019 schoot een man vier mensen dood in Darwin. De twee andere massale schietpartijen sinds Port Arthur waren de moord-zelfmoord van een gezin van vijf in New South Wales in 2014, en een bloedbad met zeven doden op een landelijk landgoed in West-Australië in 2018. Beide waren daden van huiselijk geweld door een mannelijke dader, waarbij leden van zijn eigen familie op één terrein werden neergeschoten en vermoord.

Lees ook:

(jvdh)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20